Vuursteen mijnbouw Rijckholt

Onlangs kreeg het IJstijdenmuseum een aantal artefacten uit het prehistorische vuursteenmijn gebied van Rijckholt en St.Geertruid. Een aanleiding om wat informatie in te winnen over deze mijnen.
Vuursteenwinning is bekend van enkele krijtgebieden in Frankrijk, België en in Nederland van het Zuid-Limburgse gebied van Rijckholt en Sint Geertruid.
Tijdens het Laat-Krijt (Tertiair) bouwde een krijtzee in dat gebied krijt- en mergellagen op die

Krijt zee

bestaan uit skeletmateriaal van miljarden eencellige organismen zoals coccolieten en foraminiferen.
In deze krijt- en mergellagen zijn soms lagen van vuursteen te vinden. Dit zeer harde, door slag, stoot of onder druk schelpvormige brekende materiaal is een concretie die blijkbaar door overmaat aan silicium in het zeewater ontstond.
Vuursteen komt daarom niet voor als rotsformatie, maar slechts als brokken materiaal, veelal in krijt. De eigenschappen van de zeer scherpe breuk maakt dit materiaal uitzonderlijk geschikt om er werktuigen en wapens van te maken. Dit was eerder al door mensen in het paleolithicum ervaren.

Hakken

Vuursteen concretie komen veel voor in de Limburgse krijtlagen. In 1881 is daar een prehistorisch vuursteenmijnenveld uit het Neolithicum (4000-2500 v. Chr.) ontdekt tussen Rijckholt en Sint Geertruid.
In die tijd heeft zich daar een echte ondergrondse mijnindustrie ontwikkeld. Er werd in het Neolithicum vuursteen gewonnen om werktuigen zoals priemen, mesjes en bijlen van te maken.

Vuursteen kern

Er zijn ongeveer 15.000 vuurstenen werktuigen uit deze tijd gevonden, waarvan een aantal zelfs in Frankrijk en Duitsland teruggevonden is.
Opvallend is het, dat deze ondergrondse mijntjes hier niet werden aangelegd vanuit horizontale gangen, loodrecht in de steile dalwand werden gegraven. Zij groeven, met behulp van een hak, een verticale put, een ‘schacht’, op slechts enkele meters achter een vrij steil gedeelte van de dalhelling, tot op het niveau van de vuursteenlaag.

Replica hak

Op die diepte maakte men ruimte om de schacht en groef men gangetjes met een hoogte van zestig centimeter in de kalksteen, waarin de vuursteen-bank met een dikte van ongeveer vijftien tot twintig centimeter ongeveer op halve hoogte voorkwam. Ter beveiliging bleven telkens enkele kleinere delen als ondersteuning staan.

Reconstructie hak

Waarschijnlijk werkte er per schacht nooit meer dan een man aan het ‘front’. Van de losgewerkte vuursteen werden slechts de goede brokken omhoog gebracht, de minder goede dele en de losgewerkte kalksteen werd grotendeels gebruikt voor opvulling van oude schachten.
Merkwaardig is het ontbreken van aanduidingen omtrent het gebruik van een of andere vorm van verlichting in deze vaak meer dan vijftien meter diep onder de oppervlakte gelegen mijngangetjes.

Reacties zijn gesloten.