Laatste nieuws
AGENDA 2012
Agenda voor geheel 2012
Zaterdag 9 juni. Prehistorische Jeugddag
Een dag vol prehistorische avonturen voor kinderen
Zaterdag 7 juli. Oerboerendag
De gezellige Oerboerendag op het terrein van het IJstijdenmuseum is een dag vol gezelligheid met een terugblik naar het verleden
Zaterdag 28 juli . Prehistorische markt
Even een dag terug naar de prehistorie en alles meedoen en mee beleven
Zaterdag 25 augustus. Zwerfsteendag
Zwerfstenen werden meer dan 100.000 jaar geleden aangevoerd met een grote ijsgletsjer. Vandaag staan de zwerfstenen in de belangstelling
EXPOSITIES
Vanaf 7 april t/m 13 oktober
Determinatiedagen seizoen 2012-2013
Voor meer info deze pagina

Rubriek Archeologie (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Klaas de Haan ontwerpt “eergetouw”.
De Prehistorische hof is een prachtig neolithisch werktuig rijker geworden. In het kader van de tentoonstelling : ‘Oerboeren yn en Fryske Wâlden” werd ook in de Prehistorische hof ingespeeld op het thema.
Verder naar artikel
De schatkamer van Gerrit Jonker uit Tuk.
Een bijzondere amateur archeoloog is Gerrit Jonker. Meer dan 100 archeologische sites ontdekte hij in Fryslân en in de grensgebieden met Drenthe en Overijssel. Zijn vondsten dienen al jarenlang als prehistorische onderzoek materiaal voor wetenschappers. Dick Stapert en Marcel Niekes van het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) maken dankbaar gebruik van de door Gerrit verzamelde vondsten voor hun onderzoek.Verder naar artikel
Kussensteen bij Determinatie op zaterdag 14 maart 2009.
Iedereen weet zo langzamerhand dat de determinatie morgens in het IJstijdenmuseum altijd weer gezellig zijn en dat er ook altijd leuke zaken boven tafel komen. Ook vandaag was het weer raak.. De heer Weerman uit Zuidbroek kwam met een emmer vol materiaal waarbij veel fossielen zaten maar ook een aantal artefacten. Zo kwamen achtereenvolgens een gerollkeul, twee geslepen bijlen, een hamerbijl en een kussensteen op tafel.Verder naar artikel
De keuken van de prehistorie.
Verder naar artikel
Neolithisch mes blijkt na onderzoek 40.000 jaar oude Neanderthaler bladspits.
Verder naar artikel
Klokbekerspits.
De mensen van de klokbekercultuur waren een nieuw soort bewoners die een aantal zaken meenamen in die nieuwe cultuur zoals het paard als lastdier en het gebruik van het wiel.
Waar de mensen van de klokbekercultuur precies vandaan zijn gekomen is niet helemaal bekend.
Verder naar artikel
Bronstijdspits
Verder naar artikel
De Gerollkeul van Meta Oppedijk.
Mesolitische bijl
Verder naar artikel
Twee nieuwe aanwinsten voor de museumcollectie.
Verder naar artikel
Klaas de Haan ontwerpt “eergetouw”. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Een dergelijke ploeg werd getrokken door twee koeien. Op veel plaatsen zijn bij opgravingen sporen aangetroffen van ploegvoren die afkomstig zijn van het gebruik van een dergelijk eergetouw.
De schatkamer van Gerrit Jonker uit Tuk. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Een bijzondere amateur archeoloog is Gerrit Jonker. Meer dan 100 archeologische sites ontdekte hij in Fryslân en in de grensgebieden met Drenthe en Overijssel. Zijn vondsten dienen al jarenlang als prehistorische onderzoek materiaal voor wetenschappers. Dick Stapert en Marcel Niekes van het Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) maken dankbaar gebruik van de door Gerrit verzamelde vondsten voor hun onderzoek. Daarin spelen de ontdekking van een site met Hamburg cultuur en een site met midden paleolithische artefacten een belangrijke rol.
Ook in de Werkgroep Archeologie Steenwijk en omstreken heeft Gerrit een groot aantal jaren een grote rol gespeeld. Dankzij zijn kennis en zijn vondsten hebben een groot aantal amateur archeologen meer kennis verkregen van het Neolithicum, het Mesolithicum en het Paleolithicum in de omgeving van Steenwijk.
De jarenlange verzamelwoede van alles wat met de steentijd te maken heeft is in huize Jonker aan de Heerweg in Tuk terug te vinden. Eén van de slaapkamers op de eerste verdieping is door Gerrit omgetoverd tot ene grote archeologische schatkamer. Menig museum kan jaloers zijn op de prachtige rangschikking van de artefacten in het archeologische museum van Gerrit.
Keurig gerangschikt liggen honderden artefacten ingedeeld naar vindplaatsen op rekken of in ladekasten. Over alle vindplaatsen weet Gerrit een verhaal te vertellen. Een verhaal dat getuigd van zijn grote archeologische passie.
Een van de belangrijkste vondsten die Gerrit Jonker in de wintermaanden van 2008 op 2009 heeft gedaan is een prachtige midden paleolithische kern. De bewerking getuigd van grote kennis van degene die de kern heeft bewerkt. De kern kan gedateerd worden op ongeveer 40.000 jaar geleden. Het is een kern die geslagen is door één van de laatste Neanderthalers die in Noord Nederland rondliep en een even belangrijke vondst als de bladspits van Johan Bokkinga. Beide vondsten zijn in hetzelfde gebied onder Steenwijk gedaan.
Zowel de kern die door Gerrit Jonker recent is gevonden als de bladspits van Johan Bokkinga zijn te zien in de Neanderthaler tentoonstelling in het IJstijdenmuseum.
Kussensteen bij Determinatie op zaterdag 14 maart 2009. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Iedereen weet zo langzamerhand dat de determinatie morgens in het IJstijdenmuseum altijd weer gezellig zijn en dat er ook altijd leuke zaken boven tafel komen. Ook vandaag was het weer raak.. De heer Weerman uit Zuidbroek kwam met een emmer vol materiaal waarbij veel fossielen zaten maar ook een aantal artefacten. Zo kwamen achtereenvolgens een gerollkeul, twee geslepen bijlen, een hamerbijl en een kussensteen op tafel. De kussensteen was in het museum wel heel bijzonder. Een soortgelijke steen hadden we nog niet op tafel gehad de afgelopen jaren. Weerman kon vertellen dat zijn schoonvader deze artefacten had achtergelaten.. Toen die schoonvader enige jaren terug was overleden liet hij deze werktuigen achter en Weerman was eigenlijk benieuwd wat het was en/of het ook waardevol was. Verder wist hij te vertellen dat schoonvader schipper was geweest en de kunst had geleerd van Tjerk Vermaning. Die zocht bij de aarappelmeelfabriek Oranje bij Smilde artefacten in de stenenvangers van de fabriek en ook zijn schoonvader had dat gedaan. De artefacten waren toen uit die stenenvangers veilig gesteld.
De keuken van de prehistorie. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Eén van de bezoekers in het IJstijdenmuseum die ik kort geleden rondleidde vertelde mij dat er bij zijn dochter in het Groninger Opende een steen in de tuin lag die veel overeenkomsten vertoonde met een maalsteen die in één van de vitrines van het museum lag. Omdat ik nieuwsgierig was geworden naar die steen, vroeg ik de bezoeker om de steen eens mee te nemen naar het museum. Dat deed hij kort geleden.
Samen met Lammert Postma heb ik de steen onderzocht en het bleek dat de bezoeker gelijk had. De zwerfsteen, een amfiboliet, had aan één zijde een diepe holte met aan weerzijden van die diepe holte nog kleinere holtes. Ook aan de onderzijde van de steen was een holte aanwezig. Alle holten vertoonden slijtsporen en gezien de slijtage is de steen gedurende langere tijd gebruikt bij het malen van graan, het stukslaan van noten of het fijnmaken van kruiden. Meestal is er in een maalsteen één holte aanwezig die gebruikt is voor het fijnmaken van kruiden of het malen van granen. Deze steen had meerdere holtes en werd waarschijnlijk voor meerdere doeleinden gebruikt.
De ouderdom van maalstenen wordt in het noorden van Nederland vaak geschat tussen de 5000 en 2500 jaar geleden. Maalstenen zijn er in een groot aantal soorten. De oudste maalstenen die op het Fries – Drents plateau zijn gevonden bestonden uit twee platte stenen waarmee men granen en zaden maalde door de stenen over elkaar heen te bewegen. De onderste platte steen waarop de granen werden gelegd wordt legger genoemd en de steen die er over wordt bewogen, wordt loper genoemd. Langzamerhand werden deze maalstenen verbeterd en meer aangepast aan het gebruik. Er ontstond een nieuw soort maalsteen met een kuiltje in het midden. Deze maalstenen werden gemaakt van zwerfstenen die al enigszins een vorm hadden met een hol gedeelte. Met een ronde rolsteen werden in het holle deel van de zwerfsteen granen geplet en tot meel gemalen. Ook werden ze gebruikt om noten te kraken en kruiden te vermalen. Dank zij de holte kon het meel niet weg waaien en bleef het onder in de holte liggen na bewerking.
Het veelvuldig gebruik van deze maalstenen had tot gevolg dat de stenen in het holle gedeelte steeds meer uitsleten en er in de steen een mooie ronde kom werd gevormd. De uitgesleten steenslag vermengde zich met het gemalen graan. Het aldus verkregen meel werd gebruikt om er pap van te maken of er brood en koeken van te bakken. Het steengruis in de broden en de koeken bracht grote slijtage toe aan de tanden van de mensen die het aten. Die slijtage wordt ook nog regelmatig teruggevonden op tanden die bij prehistorische opgravingen worden gevonden.
Onderzoek in de pingoruines op het Fries – Drents plateau heeft opgeleverd dat het onderste bezinksel dat vaak uit veen bestaan, ook tot de tijd herleid kunnen worden toen de eerste boeren zich in deze streek vestigden. Zij vestigden zich, zo is gebleken uit de vele vondsten, vaak in de nabijheid van een pingoruine. Dat gaf voordelen. In de eerste plaats was er water. Daarnaast kon in het water van de pingoruine gevist worden en was er waterwild beschikbaar. In de omgeving van de pingoruines waren vaak bossen aanwezig waarin op ander wild gejaagd kon worden. Het gebied rond de pingoruine was open en de grond was goed te bewerken.
In de onderste lagen van het zich in de pingoruines bevindende veen zijn stuifmeelpollen aangetroffen van onder anderen eenkoorn, emmertarwe, boekweit en gierst. Gewassen die aan de hand van dateringsmethoden, al meer dan 5000 jaar geleden verbouwd werden. Dank zij dit soort onderzoeken weten we wat die eerste boeren in de streek verbouwden en dankzij vondsten als een maalsteen weten we ook hoe ze hun eten voorbereiden.
OMHOOG
Neolithisch mes blijkt na onderzoek 40.000 jaar oude Neanderthaler bladspits.
(Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Toen in 2007 Johan Bokkinga een fraai vuurstenen artefact schonk aan het IJstijdenmuseum in Buitenpost besefte nog niemand dat het hier om een zeer zeldzame Neanderthaler bladspits ging. Bokkinga had het artefact al in 2001 gevonden nabij de grafheuvels op het Eeserveld onder Steenwijk. De vondst werd daarom ook geassocieerd met de aanwezige grafheuvels die uit de Neolithische periode van ongeveer 5000 jaar geleden stammen. Het voorwerp dat prachtig is bewerkt werd eigenlijk toegedacht als een fraai bewerkt mes mogelijk zelfs uit de bronstijd.
Het artefact werd verder onderzocht in het IJstijdenmuseum en daarbij bleek dat de aanwezige sporen en de wijze van bewerking op het artefact een veel oudere datum van het voorwerp veronderstellen. Uiteindelijk werd door vergelijking met andere artefacten en meer onderzoek geconstateerd dat het artefact een Neanderthaler bladspits moest zijn die gedateerd kon worden op ongeveer 40.000 jaar geleden.
Die constatering houdt in dat het om een zeer uniek artefact gaat waarvan voordien slechts vier zijn gevonden in Nederland. Het is des te meer uniek omdat het om een werktuig gaat van Neanderthalers dat stamt uit de laatste jaren dat deze hier in Nederland rondtrok. Daarnaast is dit één van de noordelijkste sporen die de Neanderthaler in Nederland heeft achtergelaten. Het is in ieder geval een nieuw bewijs dat de Neanderthaler ook in Fryslan heeft rondgetrokken.
Het onderzoek met betrekking tot deze prachtige bladspits is terug te vinden op www.archeoforum.nl
Klokbekerspits. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Vanaf ongeveer 2600 jaar voor Christus verspreide de klokbekercultuur zich over Europa. De mensen van de klokbekercultuur waren een nieuw soort bewoners die een aantal zaken meenamen in die nieuwe cultuur zoals het paard als lastdier en het gebruik van het wiel.
Waar de mensen van de klokbekercultuur precies vandaan zijn gekomen is niet helemaal bekend. Sommige onderzoekers denken uit Noord Afrika en dan met name aan Marokko en anderen denken dat ze uit Azië zijn gekomen. Bijzonderheden van deze cultuur zijn het gebruik van koper. Er zijn uit deze cultuur fraai bewerkte koperen voorwerpen aangetroffen. De jagers van deze cultuur waren bekwame boogschutters getuige de vele vondsten van deze werktuigen. Ook droegen de jagers bij het gebruik van de boog een polsband. Die polsband moest voorkomen dat ze beschadigd werden door de terugslag van de boogriemen.
Het meest fraaie overblijfsel van deze klokbekercultuur zijn de klokbekers. Deze klokvormige bekers werden zeer rijk versierd met abstracte lijnen die deels werden aangebracht door het insnoeren ven de bekers met touwen en het aanbrengen van abstracte belijning.
De mensen van de klokbekercultuur bedreven landbouw en veeteelt en hielden als één van de eerste culturen in Nederland het vee op stal. Verder blijkt uit de vele vondsten dat het uistekende handelaren waren. Barnsteen was een belangrijk handelsartikel maar ook het fraaie en doelmatige vuurstenen gereedschap dat ze maakten.
Bronstijdspits (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
In de bronstijd die in Nederland zo tussen 3000 en 800 jaar voor Christus lag, werd langzaam aan overgegaan naar het vervaardigen van gereedschappen uit brons. De bronzen pijlpunten, sikkels, bijlen en messen vervingen de stenen werktuigen. In die overgangfase werden bij gebrek aan brons soms die bronzen werktuigen nagemaakt. Die stenen replica's van de bronzen voorwerpen zijn vaak beauty's en getuigen van een groot vakmanschap bij de vuursteenbewerking.
De Gerollkeul van Meta Oppedijk. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Tijdens een archeologisch reisje naar Denemarken deed Meta Oppedijk uit Buitenpost een opmerkelijke vondst op een heuvel in Hillerslev. Op een perceel land dat was geploegd in verband met het planten van een perceel bos vond ze een ronde zwerfsteen met aan de platte zijde aan beide kanten een uitgeholde ronding. Op het perceel waar de vondst werd gedaan werden meerdere vuurstenen artefacten gevonden en daarom leek de vondst van de uitgeholde zwerfsteen ook een steen die nader onderzoek behoefde. Lammert Postma de streekarcheoloog was enthousiast over de vondst. Een unieke archeologisch vondst volgens Postma. Over het gebruik van deze uitgeholde steen die in archeologische vaktermen Gerollkeul wordt genoemd, lopen de meningen uiteen. Sommigen, waaronder Lammert Postma neigen naar het gebruik van dit soort stenen als boorsteun.
In de préhistorie werden stokken met soms stenen punten gebruikt als boor. Door een de snaar van een boog éénmaal om de stok te wikkelen kon door het heen en weer bewegen van de boog een draai-effect aan de rechtopstaande stok worden gegeven en kon worden geboord. Om de boor rechtop te houden tijdens het ronddraaien werd aan de bovenzijde op de stol de Gerollkeul gebruikt. Hetzelfde effect kon ook worden bereikt om vuur te maken met een ronddraaiende stok. Daarom neigen andere archeologen naar het gebruik van een Gerollkeul als hulp voor het maken van vuur. Ook is er een richting die van mening is dat de Gerollkeul werd gebruikt om kruiden te stampen. De Gerollkeul zou daarbij als een soort vijzel gediend hebben. Voorlopig zullen de meningen in de kringen van de archeologen nog lang verschillen. Niemand is getuige geweest van het gebruik van dit vernuftig stukje zwerfsteen en daarom zal er een waas over dit gereedschap blijven hangen.
De Gerollkeul is tentoongesteld in het IJstijdenmuseum in de vitrine met nieuwe vondsten.
Mesolitische bijl (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Tijdens een archeologisch reisje vond Jan F. Kloosterman boven Thisted in Denemarken een mooie bewerkte bijl. De bijl werd gevonden samen met andere archeologische vondsten bij een bosperceel op een vooruitgeschoven heuvel naast een vallei. De heuvel lag aan een versmalling van de vallei en was daarmee een uitstekend plekje om in de mesolithische tijd of middensteentijd, zo ongeveer 8000 tot 4000 jaar voor Christus, als kamp van de rendierjagers te fungeren. Ze konden immers vanaf de vooruitstekende heuvel het hele gebied overzien en de trekkende kudden vanaf zo,n plaats uitstekend waarnemen. Uit de vondsten op de heuvel, waaronder veel fraaie afslagen, vuurstenen messen, schrabbers en schaven, valt af te leiden dat er op die plaats geen permanente bewoning is geweest, maar dat er mee sprake was van een tijdelijk verblijf op de heuvel. De gevonden stenen bijl is een unicum op deze plaats. Waarschijnlijk is de bijl achtergelaten omdat deze niet helemaal goed bewerkt kon worden. Aan de bovenzijde bleek een oppervlakte richel een belemmering te zijn voor de afslagtechniek die de bijl een perfecte vorm zou hebben moeten geven. Ondanks dat is de bijl een zeer fraai exemplaar die prachtige kenmerken vertoond van de gebruikte bewerkingstechniek.
Twee nieuwe aanwinsten voor de museumcollectie. (Klik op de kleine afbeeldingen voor een grotere afbeelding)
Het IJstijdenmuseum werd verrast door twee prachtige voorwerpen geschonken door de familie Wolthuis uit Hardegarijp. De familie die naar een kleinere woning verhuist besloot hun collectie minerale gesteenten te schenken aan het IJstijdenmuseum. Bij het determineren van de mineralen bleken daarbij twee prachtige voorwerpen te zijn die van grote waarde zijn voor de museale collectie van het museum. Een zeer fraai geslepen schoenleestbijl van diabaas die volgens de gevers afkomstig is uit Drenthe en een prachtige netverzwaarde van een kwartsiet zaten keurig verpakt tussen de mineralen. Door de schenkers aangeduid als een verrassing. Een verrassing was het zeker. De fraaie schoenleestbijl is van uitzonderlijke kwaliteit en prachtig geslepen. Dit soort bijlen werden in de vroeg neolithische periode gebruikt om bv boomkano’s uit te hollen. De bijl werd als een soort hal bevestigd aan een steel en op deze wijze gebruikt, kon een boomkano worden uitgehold. Sporen aan de snede van de bijl wijzen er op dat de schoenleestbijl is gebruikt. Het andere voorwerp is een stenen netverzwaarder. Dit soort stenen met een gat werden gebruikt om de netten op de plaats te houden in het water. Er zijn in het museum meerdere netverzwaarders in de collecties aanwezig. Deze zijn voor het merendeel van klei gebakken. Een doorboorde netverzwaarder van een zwerfsteen is ook niet een dagelijks voorwerp. De schoenleestbijl is tentoongesteld in de vitrine in de voorhal van het museum.
