IJstijden

De IJstijden

De ijstijden worden ook wel glacialen genoemd en de warmere perioden interglacialen. Gedurende een ijstijd deden zich ook temperatuurschommelingen voor. Een warmere periode binnen een ijstijd noemen we interstadiaal en een koudere periode stadiaal. Tijdens de interglacialen en de interstadialen was er menselijk leven mogelijk.
Tijdens de ijstijden ging de gemiddelde jaar temperatuur naar beneden. Niet alleen de winters werden kouder, maar ook de zomers. In de wintermaanden viel er duizenden jaren aaneen sneeuw die in de zomermaanden niet meer dooiden. Hierdoor ontstond een steeds dikkere laag sneeuw die zomers soms aan de bovenzijde nog iets ontdooide en daarna bevroor tot ijs. De steeds maar weer aangroeiende lagen ontwikkelden zich ondermeer vanuit Scandinavië tot enorme gletsjers zie zich steeds meer zuidwaarts verplaatsten. Op sommige plaatsen werd het landijs wel kilometers dik. In de zool van het landijs werd veel gesteente materiaal door het duwen van de gletsjer meegenomen.
Klik op de afbeeldingen hiernaast om naar de verschillende IJstijden te gaan.

Zool gletsjer

Zool gletsjer

 

 

Naar Weichsel-ijstijd

Naar Weichsel-ijstijd