Fossiele haaientanden zoeken in Nederland.

In het Mioceen, een deel van het Tertiaire (65-3 milj.) was Nederland bijna geheel bedekt met water. De Noordzee kust liep figuurlijk vanuit noord Duitsland via Osnabruck, Twente, Achterhoek, Eindhoven naar Antwerpen. Door de rivieren werd afbraakmateriaal van gebergtes naar zee gevoerd. (Alpen, Eifel). Dit afbraakmateriaal bezonk langs de kust en vormde sedimenten, hoofdzakelijk kleien geschikt voor de industrie.
In de afgezette sedimenten fossiliseerden vele delen van dieren die in de Mioceen zee leefden.
In oost Nederland zijn in het verleden in klei groeves en bij de aanleg van kanalen prachtige fossielen waar onder haaientanden gevonden. Deze vondsten zijn in natuur historische musea in Enschede, Denekamp en Winterswijk te bewonderen.
Haaien bestaan al ruim 400 miljoen jaar. In hun bek staan meerdere rijen tanden achter elkaar.
Een haaientand is maar korte tijd functioneel, valt uit en wordt door een nieuwe vervangen.
Een haai kan tijdens zijn leven duizenden tanden in zee achterlaten.
Een haaientand is van calciumfosfaat en fossiliseert zeer gemakkelijk. Overal op de wereld waar sedimenten ontsloten zijn kunnen fossielen gevonden worden.
In de plaats Langenboom twintig kilometer ten zuiden van Nijmegen is een werkende zandwinning. Er wordt zand opgespoten van Mioceen ouderdom. In het zand zitten behalve haaientanden ook schelpen en botten. Door het zand te zeven kun je een leuke verzameling aanleggen.

Hexanches ondertand
Gehoorsbeentjes van dolfijn

Odontaspis

Isurus-escheri

Galeocerdo-cuvier.  (tijgerhaai)