Archeologisch reisje naar Denemarken.
Mijn belangstelling ging jarenlang uit naar fossielen. Het boeide me dat dieren en platen die soms miljoenen jaren geleden geleefd hebben terug te vinden zijn in steen. De fossielenjacht van mij was in eerste instantie sterk gericht op fossiele zeeëgels die ik vooral in Denemarken heb gevonden. Bij het IJstijdenmuseum kwam ik in contact met Jan Kloosterman en Lammert Postma. Zij hadden alle twee een grote belangstelling voor archeologie en zochten artefacten in de Friese Wouden en ook in Limburg en Frankrijk. Onder invloed van hun hobby ben ik mij ook gaan interesseren in de archeologie.
In de week van 23 tot 30 mei 2009 heb ik samen met Jan Kloosterman een archeologische vakantie doorgebracht op het eiland Fyn in Denemarken. Het is een deel van Denemarken dat bekend staat om de vele archeologische vondsten uit de Neolitische tijd. Bij één van onze zoektochten kwamen we terecht bij een archeologische opgraving in de omgeving van Davinde onder Odense. Bij die opgraving hebben we contact gelegd met de archeoloog Allan Anderson verbonden aan het Odense Bys Museum. Hij leidde de opgraving en gaf ons een rondleiding over het veld waarin een groot aantal grafkamers waren ontdekt uit de midden Neolitische periode. De grafkamer lagen in lange stroken van 92 bij 15 meter. In de lengte richting was een scheiding tussen twee stroken met grafkamers zichtbaar. Allan vertelde dat bij een koolstof datering onderzoek was vast komen te staan dat de grafkamers over een vrij lange periode van meer dan 1000 jaar in gebruik waren geweest. De oudste grafkamers dateerden volgens hem van ongeveer 3700 jaar voor Christus en de jongste van ongeveer 2500 jaar voor Christus.
In 2007 is men naar aanleiding van de ontdekking van deze grafkamers begonnen met de opgraving die in het midden van dit jaar wordt afgerond. De opgraving stond volgens Allen onder druk omdat de grond waarin de grafkamers liggen moet worden ontruimd ten behoeve van de winning van grind en zand uit de onder het grafveld liggende zandlagen.
In de afgelopen jaren heeft men bij de opgraving van een groot aantal grafkamers in de lange 92 meter lange strook een groot aantal prachtige artefacten gevonden zoals stenen bijlen, hakken, speerpunten en dwarsspitsen. Allan vertelde dat een klein deel van die artefacten waren opgeslagen in een container die naast het veld stond. Hij liet ons in die container een aantal vondsten zien.
De opgraving dient zolang deze nog aan de oppervlakte ligt en niet wordt opgeruimd ook als excursiedoel voor de scholen op Fyn. Tijdens ons verblijf bij de opgraving kwamen dan ook een paar keer een groep kinderen langs die werden bijgepraat over de ontdekking van de grafkamers.
Van de grafkamers was eigenlijk alleen de bodem bestaande uit een plat van naast elkaar liggende zwerfstenen nog intact met hier en daar een opstaand wandje. Er moest dus een beetje fantasie bij om een voorstelling te krijgen van zo’n grafkamer. Gelukkig was ik een paar dagen voordat we deze opgraving bezochten met Jan Kloosterman bij een grafheuvel geweest waar nog helemaal intact de grafkamer aanwezig was. Deze grafkamer kon je bereiken via een smalle stenen gang waar je door moest kruipen. Het leek eigenlijk hele veel op een hunebed onder een heuvel.
Het mooie van de archeologie in Denemarken is dat je er nog heel wat vindt dat helemaal intact in en nog origineel is zoals het duizenden jaren geleden door de mensen die er toen leefden is gemaakt. In Nederland vind je daar eigenlijk niets meer van. Het bezoek aan de opgraving en het verhaal erbij van Allan Anderson maakte deze korte archeologische vakantie in Denemarken voor mij tot een bijzondere ervaring.
Meta Oppedijk.