Klokbekerspits.

Vanaf ongeveer 2600 jaar voor Christus verspreide de klokbekercultuur zich over Europa. De mensen van de klokbekercultuur waren een nieuw soort bewoners die een aantal zaken meenamen in die nieuwe cultuur zoals het paard als lastdier en het gebruik van het wiel.
Waar de mensen van de klokbekercultuur precies vandaan zijn gekomen is niet helemaal bekend. Sommige onderzoekers denken uit Noord Afrika en dan met name aan Marokko en anderen denken dat ze uit Azië zijn gekomen. Bijzonderheden van deze cultuur zijn het gebruik van koper. Er zijn uit deze cultuur fraai bewerkte koperen voorwerpen aangetroffen. De jagers van deze cultuur waren bekwame boogschutters getuige de vele vondsten van deze werktuigen. Ook droegen de jagers bij het gebruik van de boog een polsband. Die polsband moest voorkomen dat ze beschadigd werden door de terugslag van de boogriemen.
Het meest fraaie overblijfsel van deze klokbekercultuur zijn de klokbekers. Deze klokvormige bekers werden zeer rijk versierd met abstracte lijnen die deels werden aangebracht door het insnoeren ven de bekers met touwen en het aanbrengen van abstracte belijning.
De mensen van de klokbekercultuur bedreven landbouw en veeteelt en hielden als één van de eerste culturen in Nederland het vee op stal. Verder blijkt uit de vele vondsten dat het uistekende handelaren waren. Barnsteen was een belangrijk handelsartikel maar ook het fraaie en doelmatige vuurstenen gereedschap dat ze maakten.